De Provincie Oost-Vlaanderen telt een groot aanbod van jonge, talentvolle beeldende kunstenaars en designers. De tweejaarlijkse Provinciale Prijs voor Beeldende Kunst is het instrument bij uitstek om al dat vers talent te ontdekken en hen een kans te bieden om verder door te stromen. Alle hedendaagse plastische uitdrukkingsvormen komen voor een bekroning in aanmerking. Naast de financiële aanmoediging - de laureaat en de genomineerden ontvangen samen 7500 euro - worden de kunstenaars uitgenodigd voor een tentoonstelling van hun werk in het Caermersklooster (Gent), wat de aantrekkingskracht van de prijs zonder twijfel vergroot.
Tal van eerdere laureaten, zoals Elke Boon (in 1997), Ilse Joliet (in 1999), Mo Becha (in 2001), Anouk De Clercq (in 2003), Stief Desmet (in 2005) en Ante Timmermans (in 2007) zijn intussen uitgegroeid tot vaste waarden in het actuele kunstcircuit in binnen- en buitenland. Zonder twijfel is ook Hannes Van Severen gelanceerd voor een beloftevolle carrière, net zoals Stijn Cole trouwens.
Laureaat Hannes Van Severen (Gent, 1979)
Hannes van Severen vervormt, zoals hij het zelf omschrijft, herkenbare beelden en objecten naar zijn eigen fantasie. Met die deconstructie probeert hij de veranderingen die hij aan het bestaande object aanbrengt zo harmonieus mogelijk te laten samengaan met dat bestaande object zelf, waardoor het veranderde object een nieuwe plastische betekenis krijgt. De compositie die hij met zijn installaties van veranderde objecten maakt, is voor hem van essentieel belang. De compositie zelf moet een sterke, globale indruk maken, terwijl het object zelf ook zijn individuele beeldende kracht dient te behouden. Zijn installaties met die autonome sculpturen zijn doordacht en gaan in confrontatie met elkaar en met de ruimte. Met de toeschouwer gaan ze een dialoog aan die het samenspel van lijn, vorm, functie en ruimte bevragen.
Genomineerde Stijn Cole (Gent, 1978)
Stijn Cole maakt gebruik van diverse media zoals video, installatie, schilderijen, sculpturen en mixed media om een inhoudelijk verhaal te vertellen dat getuigt van een hoge graad van coherentie. In functie van zijn concept kiest hij het volgens hem daarvoor meest geschikte medium. Licht is een essentieel element in zijn werk, dat onderzoekt hoe een object zich voordoet en hoe de toeschouwer dit ervaart. Door het overboord gooien van overtollige elementen en door het steeds verder uit te puren, komt hij tot een vormen- en beeldtaal die heel strak en minimaal is. Ook voor hem is de confrontatie van de toeschouwer met zijn werk in een specifieke ruimte van groot belang en hij nodigt uit om licht, kleur en tijd opnieuw te ervaren.
Bij de tentoonstelling in het Caermersklooster wordt een catalogus aangeboden, met teksten van Stef Van Bellingen, Robert Hoozee, Marc Ruyters en Tanguy Eeckhout. Te verkrijgen aan het onthaal voor slechts anderhalve euro.
Van 22 april tot 13 juni in het Caermersklooster, Vrouwebroersstraat 6, 9000 Gent. Open di-zo van 10u tot 17u.
www.caermersklooster.be