De groots opgezette overzichtstentoonstelling ‘Van Delacroix tot Kandinsky, Oriëntalisme in Europa' plaatst een artistiek fenomeen in de kijker dat 19de-eeuwse kunstenaars in zijn ban had, maar vandaag onderbelicht blijft in vergelijking met andere kunsthistorische ismen. Oriëntalisme onderscheidt zich aangezien het geen stroming is in de eigenlijke zin van het woord, wel een overkoepelende term voor een omvangrijke groep werken die een thematische eenheid vormen. De gemene deler schuilt in de beeldtaal, met de islamwereld in al zijn facetten als onderwerp.
Oriëntalisme mag zich dan al niet laten insluiten in een eng tijdskader, zijn bloei beleefde het ontegensprekelijk in de 19de eeuw. De maatschappelijke verschuivingen in Europa, de groeiende mobiliteit van goederen en personen en de internationale politieke actualiteit vormden een vruchtbare voedingsbodem voor die ontwikkeling. De tentoonstelling belicht dan ook deze fase; de periode die besloten ligt tussen de Napoleontische campagne in Egypte (1798) en het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog (1914).
Voor kunstenaars was de Oriënt een magische plek waar verschillende "werelden" elkaar ontmoetten. Tegelijk speelveld van de eigentijdse politiek, bakermat van de Westerse beschaving en land van Duizend-en-één-nacht waar verbeelding en zintuiglijk genot regeerden. Oriëntalisme laat zich als artistieke stroming dan ook niet vatten in stereotiepen. Daarom wordt de tentoonstelling gestructureerd aan de hand van twaalf thema's. Beginnend bij de Napoleontische expeditie en de eruit voortvloeiende egyptomanie, ondernemen we een zoektocht naar de politieke en culturele grenzen van Europa. Er is ondermeer aandacht voor de spirituele lokroep van de Levant, voor de aantrekkingskracht die de Oriënt uitoefende op etnografische kunstenaars en voor de verlokkingen van pittoreske taferelen uit het dagdagelijkse leven in de oosterse wereld. Er wordt ingegaan op het vrouwbeeld dat balanceert tussen ingetogenheid en verhulling, sensualiteit en onthulling. Het belang van de Oriënt in de modernistische beweging wordt geëvoceerd in een korte epiloog.
Met een 160-tal kunstwerken uit 's werelds belangrijkste collecties, gaande van Europa over het Midden-Oosten tot de Verenigde Staten, werpt deze reizende tentoonstelling (Brussel, München, Marseille) zich op als een uniek evenement. De meest bekende figuren uit de kunstgeschiedenis zijn vertegenwoordigd, maar evengoed wordt er aandacht geschonken aan - vaak onterecht - miskende artiesten. Een greep uit de namen: Delacroix, Géricault, Ingres, Portaels, Decamps, Makart, Vernet, Gérôme, Hamdi Bey, Gentz, Fromentin, Deutsch, Lewis, Renoir, Evenepoel, Kandinsky, ...
Van 15 oktober tot 9 januari in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, Regentschapstraat 3, 1000 Brussel. Open di-zo van 10u tot 17u.
www.expo-orientalisme.be