‘Katalysator tussen kunstenaars en publiek'
Tatjana Pieters bijt de spits af. De Antwerpse, die nu al tien jaar een galerie runt in Gent, legt uit waarom ze net naar een nieuwe ruimte aan de Nieuwevaart is verhuisd.
Tatjana Pieters: "Dat had in eerste instantie een praktische oorzaak. Mijn vorige ruimte was een loft van zo'n 300 vierkante meter. De keuze voor deze schaal was bewust, omdat ik het belangrijk vind de kunstenaars die ik toon ruimte voor experiment te geven. Nadat het gebouw werd afgebroken, heb ik er even aan gedacht om naar Brussel of Antwerpen te verhuizen, maar toen ik op dit casco pakhuis botste, zag ik plots de mogelijkheid een galerie op te trekken met ambitie. Dankzij Pieterjan Deblauwe, een talentvolle jonge ontwerper uit het Gentse, hebben we met een beperkt budget een ontwerp uitgedacht dat voldeed aan mijn professionele behoefte. Het openen van een galerie met New Yorkse allure in de periferie leek me dan ook veel uitdagender dan het openen van een lucifersdoos op een zogenaamde ‘centrumlocatie' waar je al snel tot een van de velen verwordt."
Behoort het tot je strategie dat je weinig of geen solo-expo's doet, maar vaak met twee of drie kunstenaars?
Pieters: "In mijn vorige ruimte had ik een splitsing ingebouwd waarbij de ene ruimte groter was dan de andere. Zo kon ik twee kunstenaars presenteren. In een galerieseizoen heb je zes à zeven tentoonstellingen, maar er zijn veel meer goede kunstenaars. Door meer dan één aan bod te laten komen, krijgen meer kunstenaars een kans. Maar een ander aspect is dat je jonge kunstenaars niet meteen te veel ruimte moet geven, want ze kennen hun eigen beperkingen nog niet altijd. En net zo'n beperking kan leiden tot een scherpere focus."
"Wat specifiek de tentoonstelling betreft die hier nu loopt: oorspronkelijk waren dat twee solo's, van Damien De Lepeleire en Bart De Clercq, met hiernaast een ‘interpunctie' van Tamara Van San, maar met instemming van de kunstenaars is dat organisch geëvolueerd naar een triotentoonstelling. Dat is echter geen must: de op een na volgende expo is een solo van Johan De Wilde. Alles heeft te maken met wat op dat moment gunstig is voor de kunstenaar(s) die je toont."
Is er plaats voor Gentse galeries in het uitdijende wereldje van de Antwerpse en vooral Brusselse kunstscene, denk je?
Pieters: "Ja. Hier in Gent heb je een heel specifiek klimaat. Het is een stad met belangrijke kunstopleidingen en met een opvallend grote openheid voor kunst & cultuur. En je trekt hier niet alleen een Oost-Vlaams, maar ook een West-Vlaams publiek van kunstliefhebbers en verzamelaars, voor wie Brussel en Antwerpen toch weer een stap vérder zijn. Deze stad heeft niet echt een sterke galeriescène, dus je kan ook het verschil maken."
Wat is voor jou de belangrijkste taak van de galeriehouder tegenover de kunstenaar?
Pieters: "Katalysator zijn tussen de kunstenaar en het publiek. En natuurlijk het werk in ‘de markt' plaatsen, zoals dat heet. Je kan als kunstenaar geweldig werk maken, maar je moet wel in die markt geïntegreerd geraken. Ik neem het voorbeeld van Philippe Van Snick: die is als kunstenaar altijd enorm gerespecteerd geworden. Maar hij had al jàren niks meer verkocht, omdat hij geen galerie meer had. Ik ben met hem beginnen werken, omdat ik overdonderd was door zijn tentoonstelling in Museum M in Leuven vorig jaar. Hij was in mijn galerie nadien present in een groepstentoonstelling met Walter Swennen en Damien De Lepeleire en verkocht nog nooit zoveel op zo'n korte tijd. Dus: de kwaliteit is er, maar dan moet iemand er zich wel willen achter zetten, met een commerciële strategie."
Waar plaats je jezelf als galeriehouder dan in dat veld tussen kunst maken en kunst (ver)kopen?
Pieters: "Ik streef een goede balans na, en dat is natuurlijk een moeilijke evenwichtsoefening. Ik ben graag galeriehouder, omdat je dan een hart kan hebben zowel voor de kunstenaar als voor de kunstliefhebber. Ik kies niet de kant van de kunstenaar of van de koper, ik probeer te werken in het belang van beiden. Maar alles begint bij de kunstenaar. Ik wil zijn artistieke parcours kunnen respecteren en beschermen. Als een potentiële koper of verzamelaar dat parcours niet snapt, dan is dat zo. Ik kan wel proberen om hem dichter bij dat werk te brengen, maar als dat niet lukt, dan werkt het niet."
Hoe kies jij je kunstenaars?
Pieters: "Dat is een organisch proces, dat in eerste instantie wordt ingegeven door je eigen achtergrond en de middelen die je ter beschikking hebt. Vooraleer ik kunstgeschiedenis studeerde, was ik opgeleid als restauratrice van beeldhouwkunst. Dat gaf me van bij mijn start als galeriehoudster het gevoel dat ik vooral expertise had op het vlak van sculpturen. Uiteraard is dat uitgebreid naar andere media, omdat ik het belangrijk vind uiteenlopende posities in mijn programma te hebben. Mijn expertise in de schilderkunst is pas met de jaren gegroeid. Ik meen dan ook dat schilderkunst een moeilijker te evalueren medium is, waarvan mensen vaak al te snel denken dat ze het hebben begrepen. Want alles heeft te maken met leren kijken. Zo is ook mijn persoonlijke kijk geëvolueerd. Dat gebeurt natuurlijk ook met een collectioneur: iedereen maakt een persoonlijke ontwikkeling door."
Helemaal in het begin van je carrière als galeriehoudster, toen je nog aan de Krijgslaan in Gent zat, werkte je ook internationaal samen, met The Agency Gallery in Londen. Heb je nu ook die internationale ambities?
Pieters: "Absoluut, maar ik heb wel een en ander geleerd. Eigenlijk kan je vanaf dag één internationaal werken, als je mee instapt in een pool van kunstenaars die hot & trendy zijn. Ik zou perfect weten hoe ik als galeriehoudster zou kunnen meegaan in een internationale pool van curatoren, kunstenaars en collega-galeriehouders die op dit niveau werken. Maar dat is niet de manier waarop ik hier en nu wil werken. Het netwerk dat ik wil opbouwen is niet gebaseerd op namen, posities of status, maar op mensen, ideeën, verdieping, integriteit en vernieuwing. Vernieuwing is verandering en dat kan voor velen bedreigend werken. Mensen grijpen vaak terug op wat ze kennen. Dat zie je ook in de kunstwereld."
Wat vind je van het fenomeen ‘kunstbeurzen'?
Pieters: "Tja, ik hou er niet echt van. Opnieuw zitten we hier met een contradictie van vluchtigheid enerzijds en het feit dat kijken naar kunst tijd vergt anderzijds. Mijn core business is natuurlijk het verkopen van kunst, en dus kan ik om de beurzen niet heen: ik doe Arco Madrid, Art Rotterdam, Art Brussels, en wil later ook Amerikaanse beurzen aandoen ... Het is natuurlijk belangrijk dat je je kunstenaars kan brengen op andere plekken in Europa of de wereld. Ik werk vaak met buitenlandse kunstenaars, maar meer en meer besef ik hoeveel goede Belgische kunstenaars er wel zijn, die een internationale verspreiding verdienen."
Nog een slotvraagje: hoe ervaar je de economisch-financiële crisis die vandaag toch woedt?
Pieters: " Omdat ik nog steeds een jonge galerie ben, is het voor mij moeilijk om te vergelijken. Ik kan alleen maar afgaan op mijn omzetcijfers en die zijn gestaag groeiend, zoals het een gezond bedrijf betaamt. Ik ben niet geïntimideerd door de berichtgeving rond de crisis, want ik geloof in wat ik doe, waar ik voor sta en waar de kunstenaars voor staan. Ik denk ook dat kwaliteit overleeft. Tenslotte zie ik de economisch-financiële crisis als een reflectie van de mens in crisis. Maar ik geloof in de toekomst van de mens, dus ook in die van de kunst."
Marc RUYTERS
www.tatjanapieters.com
Tot 8 januari loopt de tentoonstelling Damien De Lepeleire & Bart De Clercq, ‘Art ain't all Paint', en Tamara Van San, ‘Interpunction #1' in Galerie Tatjana Pieters, Nieuwevaart 124, Gent. Open wo-zo van 14 tot 18 u. www.onetwenty.be