HART SPECIAL

Ga naar nieuwsoverzicht Vorige

DIETER ROELSTRAETE VERHUIST VAN HET M HKA NAAR HET MCA IN CHICAGO

dieter roelstraete (foto © jean-pierre stoop)
dieter roelstraete (foto © jean-pierre stoop)

‘Een museum is een plek voor ideeën'

Dieter Roelstraete (°1972) wordt vanaf februari curator in het Museum of Contemporary Art (MCA) in Chicago, een van de belangrijke musea in de VS. Hij volgt er de Italiaan Francesco Bonami op als Manilow Senior Curator. Roelstraete was sinds 2003 verbonden aan het M HKA, het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen, waar hij ook curator is van de nieuwe Chantal Akerman-tentoonstelling. Wij praatten met hem voor zijn vertrek over de periode in het M HKA en zijn plannen voor de States.

"Ik heb filosofie gestudeerd in Gent en ben afgestudeerd in 1995", vertelt Dieter Roelstraete. "In eerste instantie droomde ik van een academische carrière. Ik ben met het oog hierop beginnen publiceren, o.a. in het mediatijdschrift AS/Andere Sinema dat dicht bij mijn fascinatie en passies stond. Ik ben er snel veel beginnen publiceren, bijna in ieder nummer. In 2000 heeft Tom Paulus mij gevraagd of ik zijn job als hoofdredacteur wou overnemen. Dat was mijn eerste, deeltijdse, baan. Ik werd zo medewerker van het Centrum voor Beeldcultuur dat het blad uitgaf. Een jaar later is Bart De Baere directeur geworden van het M HKA hier in Antwerpen. Een van zijn eerste beleidsdaden was de fusie van het Centrum met het M HKA. Bart heeft mij toen gevraagd om museummedewerker te worden. Mijn affiniteit lag altijd meer bij de beeldende kunst dan bij film en televisie. Ik ben in AS beginnen publiceren toen het tijdschrift sterk geassocieerd werd met digitale cultuur, netkritiek, de utopische verwachtingen in het internet. Bart vroeg mij in het museum het departement nieuwe media uit te bouwen. Maar ik heb me nooit echt voldoende thuis gevoeld in dat veld. Ik heb mij in eerste instantie toegelegd op het organiseren van lezingen en symposia; pas in 2004 heb ik mijn eerste tentoonstelling gemaakt."

"AS was een tijdschrift met lange geschiedenis, opgericht in 1978. De richting die het uitging werd vooral bepaald door wie er op een bepaald moment hoofdredacteur van was. Mijn interesse in beeldende kunst heeft natuurlijk bijgedragen tot het gemak waarmee het in het M HKA kon worden ondergebracht. De beeldende kunstsector is in de jaren negentig de plek geworden waar diverse culturele activiteiten samen kwamen. Een deel van de cinefiele cultuur is naar het museum verhuisd. Het feit dat ik nu een Chantal Akerman-tentoonstelling maak, illustreert dat. Cinema was één van de dominante paradigma's van de beeldende kunst in de jaren negentig: denk aan Steve McQueen, Stan Douglas of Matthew Barney. Het feit dat AS onderdak kon krijgen in het M HKA was het logisch gevolg van die internationale ontwikkeling. In 2005-6 is een gesprek begonnen tussen Charles Esche van het Van Abbe Museum en het M HKA of er in de lage landen plaats was voor een nieuwe publicatie. Esche heeft het M HKA dan gevraagd om mede-uitgever te worden van Afterall. Dat kwam op een moment dat het AS-verhaal een logisch eindpunt bereikt had en was een uitstekende gelegenheid om te internationaliseren. In 2007 is die overgang van AS naar Afterall gerealiseerd. Nu ik naar Chicago vertrek, moet ik helaas ook afscheid nemen als co-editor van wat ik één van de beste internationale kunsttijdschriften vind."

Hoe kijk je terug op je jaren in het M HKA?
Dieter Roelstraete: "Hoewel ik aanvankelijk vooral als criticus en essayist actief was, hebben die acht jaar in het M HKA van mij een tentoonstellingsmaker gemaakt. Het is een fantastisch leerproces geweest. Bart De Baere was er van 2002, ik van 2003, dus wij zijn in grote mate samen gegroeid. Ik kijk met trots terug op het werk dat ik in het museum heb gerealiseerd - en ben erg dankbaar voor de kansen die ik er heb gekregen. Het museum heeft internationaal en nationaal een heel goede reputatie die gestoeld is op de intellectuele kwaliteit van het programma. Een museum is voor mij in de eerste plaats een plek voor ideeën. Het museum in Antwerpen is de laatste jaren een plek waar een essayistische tentoonstellingscultuur is kunnen opbloeien."
"Er zijn tentoonstellingen die ik als halve mislukkingen beschouw maar die toch leerzaam zijn geweest. ‘Academy' bijvoorbeeld is een project dat zijn ambities niet heeft kunnen waarmaken, dat letterlijk te academisch was - maar waar ik toch veel van geleerd heb. De tentoonstelling met Liam Gillick en Lawrence Weiner vorig jaar was dan weer een hoogtepunt. Dat was een fantastische ervaring: twee kunstenaars die bekend staan om hun rigoureuze esthetiek die samen een spektakelstuk maken - zij het natuurlijk van een heel andere orde dan pakweg een Anish Kapoor of Jeff Koons. Ook ‘A Rua' was een hoogtepunt - de tentoonstelling over Rio de Janeiro die bloed, zweet en tranen heeft gekost. Maar als je dan het enthousiasme van de kunstenaars achteraf ziet ... Ik heb nog nooit meegemaakt dat kunstenaars na de opening op de trappen de titel van de tentoonstelling beginnen te scanderen!"

Je hebt ook internationaal gewerkt: in Nederland, Duitsland, Canada, op de biënnale van Venetië.
Roelstraete: "Ik heb het altijd belangrijk gevonden om internationaal actief te zijn, niet omwille van het cachet, maar omdat kunst nu eenmaal een globaal fenomeen is. Ik ben een product van deze grenzeloze wereld. Die ervaring in de internationale scène heeft mij ook in staat gesteld om dingen naar hier te brengen: het M HKA was mijn ‘moederschip'."

Wat zijn volgens jou de zwakheden van de kunstscène in Vlaanderen in vergelijking met het buitenland?
Roelstraete: "Toen ik in 2009 naar de biënnale van Istanbul ging, was er een ruimte waar de curatoren van de biënnale - een collectief uit Zagreb - een enscenering van hun eigen research brachten: hoeveel dagen ze hadden rondgereisd, hoeveel geld ze hadden gespendeerd, wat ze hadden gelezen. Er hing een kaart met alle Europese landen die ze hadden bezocht. Dat waren ze bijna allemaal, op Portugal en België na. Zoiets is frustrerend. Je kan genoegen scheppen in het feit dat er veel over het M HKA wordt gesproken, maar je wil natuurlijk ook dat de mensen komen kijken. In het begin was de relatie tussen het museum en de onmiddellijke omgeving nogal stroef. Er was een anti-intellectuele reflex, een weerstand tegen discours an sich. Maar dat is veel verbeterd. Dat heeft ondermeer te maken met de opleiding in kunstscholen. Maar dat gebrek aan discours is misschien toch de reden dat curatoren hun weg niet vonden naar hier."
"Wat mij hier misschien nog het meest stoort is het gebrek aan aandacht hier voor Belgische kunstenaars die tot de wereldtop behoren. Ana Torfs bijvoorbeeld. Als er een grote tentoonstelling aan haar werk wordt gewijd, heeft ze nog altijd de status van ‘opkomende kunstenaar'. Hetzelfde geldt voor Harald Thys en Jos De Gruyter."

Hoe ben je in contact gekomen met het MCA in Chicago?
Roelstraete: "Ik ben voor de allereerste keer naar Chicago gegaan in april jl. om Kerry James Marshall te bezoeken, omdat ik met hem een tentoonstelling voorbereid in Antwerpen in 2013. Ik ben er twee dagen geweest, en heb toen niet eens het MCA bezocht - ik was niet op de hoogte van de vacature, en zou er toen ook niet geïnteresseerd in zijn geweest. Eind juni ontmoette ik Michael Darling, de chief curator van het MCA, in Berlijn. Ik had al veel van hem gehoord via bevriende kunstenaars. Ik nodigde hem uit voor een rondetafelgesprek waaraan ik deelnam de volgende dag. Een gesprek over het publiek, en hoe je daar als curator mee omgaat. Ik heb daar over mijn werk in het M HKA en in andere contexten verteld. Michael bedankte mij achteraf voor mijn interessante presentatie. Twee dagen later kreeg ik dan een email waarin hij vroeg of ik geïnteresseerd was in de positie van ‘senior curator'... Ik was verrast en zeer vereerd, maar heb bedenktijd gevraagd. Ik heb onder andere met Liam Gillick (die er tentoongesteld heeft) gesproken. En uiteraard ook met mijn echtgenote - privé is het ook een radicale verandering natuurlijk. Ik heb dan laten weten dat ik geïnteresseerd was. En dan heeft het MCA een reis naar Chicago voor ons geregeld. Ik heb de directeur ontmoet, heb met de president of the board en enkele trustees gepraat. Twee weken later zat er een voorstel tot contract in mijn bus. Het is achteraf bekeken heel snel gegaan. Ze hebben mij natuurlijk wel uitgebreid ‘gescand', hebben mij naar ideeën gevraagd en wat ik er wilde doen, maar een lang uitgesponnen proces kun je het bezwaarlijk noemen."

Wat trekt je aan in Chicago en het MCA?
Roelstraete: "Er zijn een aantal redenen waarom ik met veel enthousiasme besloten heb het te doen. Ten eerste is Chicago een fantastische stad. Een gelijkaardig aanbod uit Denver, Kansas City of zelfs Boston had ik waarschijnlijk afgeslagen. Zelfs New York is in zekere zin minder interessant, omdat de institutionele sector er zo verweven is met de almacht van de kunstmarkt. Een andere grote aantrekkingskracht is dat het zo'n compleet andere institutionele cultuur is. Privaat patronaat is een factor die hier veel minder meespeelt. Daarin leren navigeren lijkt me interessant, zeker met het oog op wat de toekomst voor het Europese institutionele landschap inhoudt. En ook de mogelijkheid om grote tentoonstellingen te maken die gaan reizen... Het intellectuele klimaat in Chicago trekt mij eveneens erg aan. Het MCA heeft pas sinds 2009 een nieuwe directeur, Madeleine Grynsztejn, die als voormalig curator van het San Francisco Museum of Modern Art de tentoonstelling van Luc Tuymans mee heeft samengesteld. Mijn collega Michael Darling is ook iemand met een solide intellectuele basis: ze zijn geïnteresseerd in ideeën en in het Europese perspectief dat ik vertegenwoordig. En ik in het Amerikaanse perspectief in de breedste zin van het woord. Het MCA is een museum dat de laatste jaren wat was ingesluimerd, maar er is nu sinds 2 jaar een nieuwe directeur en een nieuwe visie op het tentoonstellingsprogramma, een nieuw departement waar mijn benoeming het sluitstuk van vormt. Een beetje zoals ik in het M HKA de transformatie van het museum heb meegemaakt."

Je maakt in het M HKA nog de tentoonstelling rond Chantal Akerman.
Roelstraete: "Wij hebben voor een monografische tentoonstelling van Chantal Akerman gekozen, met in het achterhoofd de structuur en de geschiedenis van het museum: Cinema Zuid, Andere Sinema, het in mekaar vloeien van film en beeldende kunst. Akerman is een monument in de States. Maar de laatste keer dat ze hier tentoongesteld heeft is in 1994 in het Brusselse Paleis voor Schone Kunsten. Maar ook in Parijs leidt ze een eerder marginaal bestaan: ze is niet echt een Franse kunstenares. Het is het allereerste overzicht van haar beeldend werk in Europa. Een paar jaar geleden heeft een iets bescheidener tentoonstelling langs vijf musea in de States gereisd. Het is heel fijn om met haar samen te werken. En een prachtige afscheid van het M HKA voor mij."

Marc HOLTHOF

 

 
Designed by The Instance - Matipa
Netwerk
Dexia
MuHKA - Museum voor Hedendaagse Kunst Antwerpen
S.M.A.K. - Stedelijk Museum voor Actuele Kunst, Gent
BOZAR
BE-PART - Platform voor actuele kunst
Extra City - centrum voor hedendaagse kunst
Pierre Bergé & Associé
Kunstencentrum Z33 - een initiatief van de Provincie Limburg
Koninklijke Academie voor Schone Kunsten / KASK
PocketRoom
BIS71
Middelheimmuseum Antwerpen
CC de Werft: Cultuurcentrum Geel
KMSKB - MRBAB
Kunstmuseum aan zee - De collecties van de Provincie West-Vlaanderen en de Stad Oostende
CCBrugge
Watou
Loading
Loading